A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A

Accelerando Het sneller in tempo worden van de muziek vaak aangeduidt met acc. of accel..
Een goed muziekvoorbeeld is "In de grot van de bergkoning" (Edward Grieg)

Adagio Langzaam, behoedzaam, zacht en gemakkelijk

Aeolisch In de 16de eeuw toegevoegde toonsoort voor kerkelijke muziek waaruit later de kleine-tertstoonladder is ontstaan

Affetuoso Met veel uitdrukking

Afterbeat Muziekstijl met het accent op de tweede en vierde tel. Deze accentverdeling geldt vaak voor de begeleidende instrumenten, niet voor de melodiepartij

Agevole Lieflijk

Agile Snel, beweeglijk

Agitato Karakteraanduiding: opgewonden

Air Instrumentaal stuk met een overwegend melodieus karakter

Akoestiek De leer van het geluid. Ook gebruikt als aanduiding voor de kwaliteit van concertzalen en kerken

Akkoord Een samenklank van meer dan twee tonen die volgens een bepaalde manier wordt opgebouwd

Akkoordenschema Een opeenvolging van akkoorden, doorgaans in een vaste volgorde. Het schema wordt vaak herhaald. Een akkoordenschema wordt veelal gebruikt als begeleiding van een melodie

Akkoordsymbool Geeft via. een hoofdletter aan om welk akkoord het gaat. Een akkoord dat wordt aangegeven met de hoofdletter C is een C-akkoord. Het C-akkoord bestaat dan uit de akkoordtonen c-e-g

Akkoordtonen Tonen waaruit een akkoord is opgebouwd

Alla breve Tempo-aanduiding: 2/2de of 4/2de maat waarbij de halve noot (brevis) als teleenheid fungeert in plaats van de gebruikelijke kwartnoot

Allargrando Verbreden

Allegretto Tamelijk levendig, vrolijk

Allegro Tempo-aanduiding: vlug

Allemande Oude, rustige dans uit Duitsland in tweedelige maat

Amabile Karakteraanduiding: beminnelijk, lieflijk

Amoroso Karakteraanduiding: teder, innig

Andante Tempo-aanduiding: rustige, langzame beweging, 'de snelheid van de gewone wandelpas'

Andantino Tempo-aanduiding: rustig, maar iets sneller dan andante

Anglaise Verzamelnaam voor verschillende Engelse dansen

Animato Karakteraanduiding: levendig

Antifoon Muzikale structuur waarbij groepen instrumenten elkaar afwisselen

Appassionato Karakteraanduiding: hartstochtelijk

Appogiatuur Korte of lange voorslag

Arrangement Een instrumentale bewerking van een muziekstuk voor een andere bezetting dan waarvoor het oorspronkelijk is gecomponeerd.De melodie wordt bijvoorbeeld door andere instrumenten spelen, of een rustig nummer wordt omgezet in een snelle, swingende versie. Het muziekstuk klinkt in elk geval anders dan het originele stuk

Arpeggio Speelwijze waarbij de afzonderlijke tonen van een akkoord snel achter elkaar van beneden aar boven worden aangeslagen

Ars antiqua Meerstemmige muziek uit de 13de eeuw, waarbij het ritme voor het eerste in notenschrift is afgedrukt

a tempo Terug naar het eerste tempo

Atonaliteit Muziek zonder vast voorgeschreven basis

Top

B

Badinage Vrolijke, scherzo-achtige compositie. Ook wel aangeduid als badinerie

Bagatelle Frans voor 'kleinigheid': klein muziekwerkje

Ballade In de middeleeuwen een verhalend danslied, later een instrumentaal muziekstuk in romantische stijl

Barcarolle Gondellied uit Venetië

Bariton Lage stem, liggend tussen bas en tenor

Barok Portugees woord dat letterlijk 'ruwe parel' betekent. De term wordt in de muziek gebruikt voor de periode va 1600 tot 1750, gekenmerkt door een sterke expressie

Bas Letterlijk 'laag', een instrument dat heel laag kan. Een baspartij is een melodie met lage tonen. Ook de naam voor de lage mannenstem

Basmotief Een motief dat laag gespeeld wordt

Basso continuo Italiaans, letterlijk vertaald 'doorlopende bas'. Continue bas als fundament voor de compositie

Basso ostinato Steeds herhaalde figuur in de bas

Battaglia Strijdmuziek. In motetten wordt het strijdrumoer op het slagveld uitgebeeld

Beat (Drum)slag. de steeds herhaalde slag in de jazz- en popmuziek

Begeleiding Begeleidingspartijen ondersteunen de melodiepartij. Veel gebruikte begeleidingsinstrumenten zijn de piano en de gitaar

Bel canto Italiaans voor 'schone zang'. Lyrische zangstijl, veel gebruikt in Italiaanse opera's uit de 17de en 18de eeuw

Berceuse Wiegelied. De term wordt ook gebruikt voor een instrumentale vorm met een 'wiegend' ritme

Bergamaque Oude Italiaanse dans uit de streek van Bergamo. Zeer snel van tempo

Bewerking Arrangement

Bezetting De soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd

Binair Tweeledig. Meestal gebruikt als aanduiding van een tweedelige maatsoort

Bithematiek Muziekstuk dat twee thema's bevat, bijvoorbeeld het eerste deel van een sonate

Bitonaal Muziek die zich gelijktijdig in twee verschillende toonsoorten beweegt, het gelijktijdig gebruiken van twee toonsoorten die meestal een half octaaf uit elkaar liggen

Blaasinstrumenten Alle instrumenten waarmee de klank via lucht wordt voorgebracht. Ook wel aerophonen genoemd, afgeleid van de Griekse woorden aero (lucht) en phonè (geluid)

Blaaskwintet Een ensemble dat bestaat uit dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn

Blues Muzikaal idioom, in de 19de en 20ste eeuw ontwikkeld in Amerika. De blues wordt gekenmerkt door een vermenging van Afrikaanse en Europese toonladders, vermengd met 'blue notes': verlaagde terts en septime

Bluesschema Akkoordenschema dat bestaat uit twaalf maten

Bolero Spaanse dans in driedelige maat, oorspronkelijk met begeleiding van zang en castagnetten

Boog Andere benaming voor de strijkstok, het hulpmiddel waarmee muzikanten een strijkinstrument bespelen. Ook gebruikt voor een gebogen lijn die twee of meer noten van dezelfde hoogte met elkaar verbindt, wat aangeeft dat de noten als één doorlopende noot moeten worden gespeeld

Boogie-woogie Improviserende pianostijl met steeds herhaalde figuren in de linker hand en contrasterende ritmen in de melodieën van de rechter hand, meestal in een bluesschema van twaalf maten

Bourdon De diepste klok van een carillon. Term wordt ook gebruikt voor de aanhoudende toon van niet-bespeelde snaren die bij strijk- of tokkelinstrumenten meeklinken

Bourrée Oude, Franse boerendans in een snel tempo

Bovenstem De hoogste stem in een meerstemmig stuk

Boventonen Zwakkere tonen, hoger dan de grondtoon. Ook wel aangeduid als aliquoten

Brassband Een orkest met alleen maar koperblazers en slagwerk. Door de milde klank is het een uitstekend orkest voor koralen. Dit orkest heeft voorgeschreven grote van 26 personen/instrumenten. Vooral in Engeland en Nederland is dit een populaire vorm van musiceren maar ook in de rest van de wereld begint het op te komen

Branle Oude dans uit de 16de en 17de eeuw, al dan niet met zang

Break Onderbreking. Een plotselinge akkoordstop om een solist meer kans te geven zich te laten horen

Brevis Latijns voor kort

Broadly Ruim

Burleske Muziek met een komisch karakter

Top

C

Cadans Ritme, beweging op basis van ritmische accenten

Canon Het na elkaar inzetten van één melodie door verschillende stemmen. Een canon kan twee- of meerstemmig zijn

Cantabile Zangerig

Cantique Frans: lofzang

Cantorij Koor van zangers en instrumentalisten, verbonden aan de kerk of het hof

Cantus firmus Melodie is ontleend aan een ander werk

Canzone Oude benaming voor een meerstemmige compositie, zowel gezongen als instrumentaal

Capriccio Compositie met een grillig karakter

Chaconne Frans: oude dansvorm die bestaat uit melodische variaties

Chanson Frans: lied

Choreografie Beschrijving van de dansbewegingen

Chorus Rei- of rondedans

Chromatiek Het kleuren van de tonen door ze met een halve toon te verhogen of te verlagen

Chromatische toonladder Toonladder die is opgebouwd uit halve tonen

Classicisme Muziekstijl uit de tweede helft van de 18de eeuw, gekenmerkt door een hang naar de natuur

Cluster Het tegelijkertijd aanslaan van een aantal dicht bij elkaar liggende tonen, bijvoorbeeld op de piano

Coda Letterlijk 'staart': het naspel (eindstukje) van een muziekstuk

Colla parte In het Frans 'suivez', volgen. Aanduiding voor de begeleiding dat de muzikanten de solopartij moeten volgen

Complice Karakteraanduiding: eenvoudig

Con affetto Karakteraanduiding: met gevoel

Con allegrez Karakteraanduiding: met vrolijkheid

Con amore Karakteraanduiding: met liefde

Con anima Karakteraanduiding: met bezieling

Con brio Karakteraanduiding: geestdriftig

Con calore, con caloroso Karakteraanduiding: met warmte

Con dolore Karakteraanduiding: met smart

Con espressione Karakteraanduiding: met uitdrukking

Con forza Karakteraanduiding: met kracht

Con fuoco Karakteraanduiding: met vuur

Con moto Karakteraanduiding: met beweging

Concert, concerto Drie- of vierdelige compositie voor solo-instrumenten en symfonieorkest

Concertino Klein concert

Concertmeester Leider van de eerste violen in een orkest

Concerto grosso Letterlijk 'groot concert': een muziekstuk voor een groep solisten

Conductus Geestelijk, maar niet liturgisch gezang in het Latijn

Consonant Harmonieus samenklinkend

Consort Vier- tot zesstemmig ensemble voor kamermuziek

Contra-alt Laatste vrouwenstem

Contrapunt Meerstemmigheid waarbij elke stem onafhankelijk is, het tegenovergestelde van harmonie

Contratenor De derde stem in een meerstemmig stuk

Contrast Tegenstelling. Plotseling komt er iets heel anders. Er zijn verschillende varianten: - melodisch contrast - twee heel verschillende melodieën. - ritmisch contrast - twee heel verschillende ritmes. - contrast in klankkleur - bijvoorbeeld schelle trompet tegenover een dwarsfluit. - contrast in dynamiek - hard en zacht tegenover elkaar

Compositie Samenstelling.. Een compositie (ook wel muziekstuk genoemd) is het eindresultaat van het uitwerken van één of meerdere muzikale gegevens

Componist Iemand die muziek bedenkt

Consonant Een rustgevende (ontspannen klinkende) samenklank van meerdere tonen. Het tegenovergestelde van een dissonant

Contrast Tegenstelling. Bij een muziekstuk geldt dat voor de melodie (hoog-laag), het ritme (druk-rustig) en de klankkleur (trompet-fluit)

Couplet Regels van een lied die een eenheid vormt. De melodie blijft hetzelfde, maar de tekst verandert. Dit in tegenstelling tot het refrein, waarbij ook de tekst hetzelfde blijft

Courante Franse, snelle dans in een oneven maat

Crescendo Een dynamisch voordrachtsteken voor het toenemen in toonsterkte. Vaak aangeduidt met Cresc. cr of . Het meest indrukwekkende crescendo is wel de Bolero van Ravel waarin in een kwartier tijd een crescendo wordt gemaakt van ppp naar fff

Cyclisch Composities waarbij de diverse onderdelen nauw met elkaar in verband staan

Csardas Vurige, Hongaarse dans

Czimkon Slavische dans

Top

D

Da Capo Terug naar het begin vaak aangeduidt met D.C.
 
Da capo aria Driedelige aria waarvan het derde deel het eerste met varianten herhaalt

Dal segno Aanduiding dat een deel van de compositie vanaf een bepaald teken herhaald moet worden

Deciso Karakteraanduiding: vastbesloten

Decrescendo Een dynamisch voordrachtsteken voor het afnemen in toonsterkte. Vaak aangeduidt met 
 
Decresc. of > Niet te verwarren met een accent.
 
Dissonant Een interval die vrij schril klinkt en vraagt om een muzikale oplossing
 
Detonatie Afwijking van de juiste toon

Diafonie Dissonant, niet welluidend

Diapason toonhoogte, algemeen geldende stemming

Diatonische toonreeks Doorlopende reeks opeenvolgende tonen

Diminuendo Andere benaming voor decrescendo: langzaam zwakker wordend

Diptiek Tweeluik, compositie die bestaat uit twee delen

Dirigent Leider van een orkest, ook wel directeur genoemd. Met de rechterhand geeft de dirigent maatsoort en tempo aan, met de linker de klanksterkte en de inzetten

Discant Sopraanstem. De term wordt ook wel gebruikt voor het hoge gedeelte van het toonregister

Discantus Meerstemmigheid

Dissonant Een samenklank waarvan de tonen veel wrijving geven (onrustig, spannend). Deze samenklank kan uit twee of meer tonen bestaan. Het tegengestelde van een consonant

Dithyrambe Voorloper van de klassieke Griekse tragedie

Divertimento Meerdelige compositie met een luchtig karakter.
Dodecafonie Compositietechniek waarbij de chromatische tonen alle twaalf worden toegepast

Doedelzak Schots en Iers instrument, bestaande uit een windzak met twee of vier pijpen. Een van die pijpen wordt gebruikt voor het spelen van de melodie, de andere hebben een vaste grondtoon

Dolce Karakteraanduiding: lieflijk, zoet

Dolente Karakteraanduiding: weemoedig

Doloroso Karakteraanduiding: smartelijk, bedroefd

Dominant De vijfde toon of trap van een toonladder. In de toonladder van C is G de dominant. Een majeurakkoord dat opgebouwd wordt vanaf de vijfde trap wordt de dominant genoemd

Dorisch Bij de Grieken een toonreeks die zich neerwaarts beweegt

Doublure Instrument dat een stem exact volgt en die stem daardoor verdubbelt

Drieklank Een combinatie van op een volgende noten die samen een akkoord vormen. bijv. c-e-g

Duolo Karakteraanduiding: smartelijk

Duool In tweeën gedeelde noot

Dur Duits: grote-terts-toonsoort

Dynamiek Klanksterkte. Geeft aan hoe hard of zacht een muziekstuk gespeeld moet worden. Dynamiekaanduidingen zijn bijvoorbeeld p (piano = zacht) en f (forte = sterk)

Top

E

e of E 1. de naam van een noot (ook mi); derde toon van de toonladder van c; 2. aanduiding voor de toonsoort van E voor E grote terts (4 kruisen), e voor e kleine terts (1 kruis)

échappement de in 1822 door Séb. Erard geconstrueerde 'repetitie-mechaniek' waardoor op een piano een snelle herhaling van een toon mogelijk werd

echo dynamisch zwakkere herhaling van een motief of een gehele frase; komt zowel in de vocale als in de instrumentale muziek voor; van de 16de tot de 18de eeuw een geliefkoosd effect

écossaise oude Schotse rondedans in driedelige maat. Later in Frankrijk een soort contradans in 2/4 maat met levendig karakter

ééngestreept wordt genoemd het octaaf dat in het midden van het toongebied ligt; het vijfde octaaf van onderen af gerekend; aanduiding van de tonen in dit gebied

eguale, -gualmente gelijk, gelijkmatig

eïs de met een halve toon verhoogde 3de toon van de toonladder van c (enharmonisch gelijk aan f)

elegie treurzang, waarin gevoelens wijd worden uitgesponnen

elektrofonen muziekinstrumenten waarbij elektriciteit een wezenlijk bestanddeel bij de klankproductie is. We onderscheiden instrumenten waarbij de klank mechanisch wordt voortgebracht maar elektronisch versterkt en/of vervormt wordt en door luidsprekers hoorbaar gemaakt (b.v. de elektrische gitaar). Daarnaast instrumenten waarbij de klank rechtstreeks elektrisch wordt opgewekt (b.v. synthesizers)

embouchure 1. de constructie van het mondstuk van een blaasinstrument. 2. lipstand, tongstand e.d. die voor het voortbrengen van een toon op een blaasinstrument nodig is

Engelse hoorn of althobo blaasinstrument behorend tot de hobofamilie, een kwint lager gestemd, en voorgeschreven in grote orkesten

enharmoniek mogelijkheid tot verwisseling van tonen die qua toonhoogte nauwelijks tot niets verschillen, zoals bijv. fis en ges. Bij toetsinstrumenten in de evenredige stemming is het natuurlijke verschil geheel opgeheven (één toets voor beide tonen), bij strijkinstrumenten en in de zang bestaat tussen fis en een ges echter een duidelijk verschil. Enharmonische verwisseling is een belangrijk modulatiemiddel

entr'act(e) muzikaal tussenspel tussen twee bedrijven van een opera

entrada, ook entrata of intrada openingsstuk, oorspronkelijk voor blaasinstrumenten, van 1600 af ook voor strijkinstrumenten. Diende vroeger als inleiding tot opera en drama

entrée deel van de muziek en de choreografie van een ballet, waar een nieuwe dansgroep optreedt

epiloog (nawoord), in de sonatevorm de kleine thematische bouw die na het exposeren van de twee hoofdthema's de afsluiting brengt

epiphonus groep van twee tonen in het Gregoriaans

episema ritmisch teken in het Gregoriaans

episode tussenspel tussen de onderdelen van een fuga

epode slotzang van de ode

es 1. de met een halve toon verlaagde 3de toon van de toonladder van c. 2. aanduiding voor de toonsoort van es kleine terts

Es aanduiding voor de toonsoort van Es grote terts

eses de met een hele toon verlaagde 3de toon van de toonladder van c (enharmonisch gelijk aan d)

esmeralda een polka-achtige dans

espirando wegstervend

espressivo, con espressione met uitdrukking

estampie oudst bekende vorm van instrumentale muziek in de middeleeuwen, van oorspronkelijk vocale afkomst; danslied van de Provençaalse troubadours

etnomusicologie muziekwetenschap die zich speciaal richt op de studie van de uitvoeringswijze en de gebruikte instrumenten van de Europese en buiten-Europese volksmuziek

étouffé (Fr.) gedempt gespeeld (bij slaginstrumenten)

Etude: oefenstuk voor en instrumentalist ter verbetering van zijn techniek

étude 1. studiemuziekstuk. 2. overdrachtelijk gebruikt voor instrumentale composities in liedvorm

eufonie welluidendheid

euphonium koperen blaasinstrument behorend tot de familie van de tuba. Wordt ook wel Bes-tuba genoemd

euritmie de door Rudolf Steiner ontworpen bewegingskunst die berust op het samengaan van dans, woordkunst en muziek

euterpe in Griekse mythologie de muze van het snarenspel of lyrische poëzie

evacuant windafvoer, uitlaat in het orgel

evergreen lied dat steeds populair blijft

evolutie modulerende overgang tussen eerste en tweede thema in de sonatevorm

expositie 1. het eerste deel van de fuga, waarin alle stemmen achtereenvolgens inzetten met thema en antwoord. 2. eerste deel van de sonatevorm waarin het thematisch materiaal het eerst optreedt

expression register in het harmonium die met de voet of de knie wordt bediend en dient om het geluid te doen zwellen of te doen afnemen

Expressie uitdrukking van gevoelens

expressionisme in navolging van de beeldende kunst en de literatuur wordt deze term ook toegepast op de nieuwe stijl in de muziek van het begin dezer eeuw die van de ene kant een reactie was op het impressionisme en aan de andere kant een voortzetting van het subjectivisme van de hoogromantiek. De expressionistische kunstenaar probeert op de eerste plaats uitdrukking te geven aan zijn eigen gevoelenwereld, vandaar ook dat de muziek van deze componisten vaak zeer verschillend is

ex tempore improviserend, vrij fantaserend

Top

F

Fa De vierde toon van elke toonladder, ook wel aangeduid met de letter f

Fado Portugees lied, meestal met gitaarbegeleiding

Falset Verhoging van het stemregister door het strottenhoofd en de stembanden in een bepaalde stand te zetten

Fandango Spaanse volksdans in een driedelige maat

Fanfare Een orkest met koperblazers, saxofoons en slagwerk. Het bijzondere aan dit orkest is dat het het enige orkest is waar bugels zijn voorgeschreven. Deze vorm van musiceren komt eigenlijk alleen voor in Nederland, België en Zwitserland.

Fantasie Inbeeldingsvermogen. In de muziek vaak gebruikt voor een compositie met een steeds variërend motief

Farandole Levendige dans uit Zuid-Frankrijk, ontstaan in de Provence

Fine Einde

Finale Het laatste deel van een muziekwerk

Flageolet Kleine blokfluit die vooral wordt gebruikt bij dansmuziek

Flamenco Zigeunerdans uit Zuid-Spanje

Flebile Karakteraanduiding: klagend, meemoedig

Flessibile Karakteraanduiding: buigzaam

Follia Luidruchtige Portugese dans

Fontanel Beschermlaagje voor de kwetsbare kleppen van een blaasinstrument

Forte Dynamiekaanduiding: sterk. Aangeduid met een f

Fortissimo Dynamiekaanduiding: heel sterk. Aangeluid met ff

Frasering Articulatie of uitspraak van muzikale zinnen

Frequentie Het aantal trillingen per minuut, aangegeven in Herz (Hz)

Frotella Luchtige, meerstemmige compositie uit Italië

Fuga Compositie waarin de stemmen elkaar imiteren. Eenzelfde thema wordt daarbij in verschillende toonhoogtes uitgevoerd

Fugato Letterlijk 'in fugastijl'

Furiant Snelle dans met afwisselende maatsoorten, afkomstig uit Bohemen

Furioso Karakteraanduiding: wild, woest

Top

G

Gagliarde Italiaanse dans in driedelige maat uit de 16de en 17de eeuw

Galop Gezelschapsdans van Hongaarse oorsprong

Gamelan Indonesisch orkest met slag-, strijk-, blaas- en tokkelinstrumenten

Gamma Toonladder

Gavotte Franse gezelschapsdans in vierdelige maat met statige bewegingen

Gebroken akkoord In een gebroken akkoord worden de akkoordtonen na elkaar gespeeld en niet tegelijk

Geluid Alle met het oor waarneembare trillingen. Het menselijk oor kan geluidstrillingen waarnemen die liggen tussen 16 en 20.000 Hertz

Genre Soort of stijl

Gigue Snelle, oud-Franse dans

Giocoso Karakteraanduiding: schertsend, vrolijk, grappig

Gitana Spaanse zigeunerdans

Glissando Glijdend, snel langs de tonen gaand waardoor de toonhoogten in elkaar overvloeien

Gloria Katholiek liturgisch gezang

Gopak Levendige dans in tweedelige maat, afkomstig uit Rusland

Gospel Amerikaans religieus lied, wat eenvoudiger en ritmischer dan een spiritual

Graduale Gregoriaans misgezang tussen het epistel en het evangelie

Grave Karakteraanduiding: ernstig, zeer langzaam

Graziozo Karakteraanduiding: bevallig, gracieus

Gregoriaans Eenstemmig liturgisch gezang

Grondakkoord Grote-terts-drieklank, gebouwd op de grondtoon van de toonladder

Grondtoon De toon waarnaar de toonladder is genoemd. Van de C-toonladder is C de grondtoon De grondtoon van een drieklank is de toon waarop het akkoord is gebouwd. Van het akkoord C-E-G is C de grondtoon. Ook wanneer het akkoord is omgekeerd, bijvoorbeeld E-G-C, blijft C de grondtoon

Grote terts Interval van drie hele tonen, aangeduid met de letters gr.t. Ook wel majeur genoemd

Grote-tertstoonladder Een veel gebruikte toonladder. Ook wel majeur toonladder genoemd en is de basis van de muziek. Het is de toonladder die iedereen kan opnoemen, Do-Re-Mi-Fa-Sol-La-Si-Do.

Top

H

Habanera Oorspronkelijk uit Cuba afkomstige ritmische dans in tweedelige maat

HaFaBra Afkorting voor HArmonie, FAnfare, BRAssband, deze term wordt vooral gebruikt om de 3 soorten orkesten in één keer te noemen.

Halling Trage volksdans in tweedelige maat, afkomstig uit Noorwegen

Halve toon Kleinste toonschrede van het Europese toonsysteem, ééntwaalfde deel van een octaaf

Harmonie Het gelijktijdig klinken van meerdere tonen

Harmonieorkest Muziekkorps met koperen en houten blaasinstrumenten

Heldentenor De zwaarste tenorstem

Herhaling Iets opnieuw doen. In de muziek kan een melodie, een ritme of een samenklank meerdere keren voorkomen. De meest bekende vorm van herhalen is het refrein. Herhalen kan op twee manieren: op dezelfde toonhoogte of iets hoger of lager

Hexachord Systeem van zes diatonische tonen met een halve toon in het midden

Homofonie Compositorische schrijfwijze waarbij alle stemmen in een gelijk ritme zijn neergezet

Homofoon Gelijkklinkend

Hoofdaccent Het accent op de eerste tel van de maat

Hoofdthema Het belangrijkste thema van een compositie

Hoofdvorm Oorspronkelijk de vorm van het eerste deel van een klassieke sonate

Horlepijp Schotse volksdans.
Humoresque Licht, vrolijk muziekstuk

Hymne Loflied, het volkslied van een land

Top

I

Idiofoon Instrument dat zelf trilt. Tot de idiofonen worden onder meer de bekkens, de castagnetten, de triangel, de xylofoon en de celesta gerekend

Imitatie Herhaling van de melodie, meestal op een andere toonhoogte. Bij een strenge imitatie moet de muzikant zich precies houden aan de voorgeschreven intervallen, bij een vrije imitatie mag hij die intervallen aanpassen

Impetuoso Karakteraanduiding: onstuimig, stormachtig.
Impressionisme Kunststijl uit de tweede helft van de 19de eeuw, waarbij de kunstenaars weergeven wat hun oog of hun oor waarneemt. Bij impressionistische muziek is de stemming het belangrijkste element

Impromptu Improviserend

Improvisatie Vrije fantasie op een gegeven thema

Inleiding Een kort gedeelte waarmee een muziekstuk begint. In de pop- en jazzmuziek ook wel intro genoemd

Instrumentatie De leer van de instrumenten. Ook gebruikt voor de verdeling van de stemmen over de aanwezige instrumenten

Intavolare Overschrijven van muziek in een ander notenschrift

Interludium Tussenspel

Intermezzo Tussenspel

Interpretatie Persoonlijke inkleuring van een muziekstuk, vertolking

Interpunctie Muzikale frasering

Interval Toonafstand. De afstand tussen twee tegelijk of na elkaar klinkende tonen

Intonatie Het treffen van de juiste toonhoogte

Intrada Voorspel, inleiding op het eerste thema van een symfonie

Intro Voorspel, meestal vrij kort en instrumentaal

Inventie Compositie in een improviserende stijl

Isometrisch Twee of meer melodieën van gelijke metrische en ritmische beweging

Isoritmiek Met gelijk ritme

Isotonisch Gelijk van toon

Top

J

Jalee Spaanse volksdans in driedelige maat

Janitsarenmuziek Turkse militaire muziek die wel wordt gebruikt in opera's

Jazz Nieuwe muziekstijl, aan het begin van de 20ste eeuw ontstaan in het zuiden van de Verenigde Staten. Jazz is een mengvorm van West-Afrikaanse en Europese stijlelementen

Jota Vlotte, Spaanse volksdans in driedelige maat

Top

K

Kalamaika Hongaarse dans in tweedelige maat

Kamermuziek Muziek die is geschreven voor kleine concertruimten

Kamertoon Internationaal vastgestelde toon voor het stemmen van instrumenten. De kamertoon A1 is in 1939 vastgesteld op 440 Hz. De andere tonen kunnen hiervan worden afgeleid

Kapelmeester Leider van een orkest of een koor

Kerklied Eenstemmig gezang tijdens een christelijke kerkdienst, verwant aan het volkslied

Kerktoonlader Een serie toonladders die vroeger veel werden gebruikt de toonladders die we nu nog kennen van de kerktoonladders zijn de majeur (jonisch) en mineur (aeolosch)

Key Engelse aanduiding voor toonsoort, letterlijk 'sleutel'

Klankbron Het onderdeel van een instrument dat in trilling wordt gebracht (snaar, luchtkolom of vel)

Klankkleur De klank van de instrumenten (donker, helder, scherp, dof). Elk instrument heeft een ander geluid. Verschil in klankkleur is het gevolg van: - een andere klankbron (luchtkolom, snaar of vel). - een andere speelwijze (snaar aanstrijken of tokkelen). - het gebruikte materiaal (hout, koper of metaal). - de vorm van het instrument

Klassiek Muziekstijl, gekenmerkt door evenwicht.
Kleine tertstoonladder Ook wel mineur toonladder genoemd. De tegenhanger van de grote tertstoonladder.

Kolo Slavische kringdans in verschillende tempo's

Koor Zanggroep of groep instrumenten van dezelfde familie

Kopstem Falset.
Koraal Religieus of liturgisch gezang

Kruis Een teken dat aangeeft dat de toon met een halve toon verhoogd moet worden

Kujawiak Poolse nationale dans, iets sneller dan de mazurka

Kwart Interval, de afstand tussen via diatonische tonen

Kwartet Samenspel voor vier zangers of instrumentalisten

Kwint Interval, de afstand tussen vijf diatonische tonen

Kwintencirkel Figuur waarin de twaalf tonen van een chromatische toonladder cirkelvormig zijn gerangschikt

Kwintet Samenstellen voor vijf zangers of instrumentalisten. Het kwintet heeft geen standaardbezetting

Top

L

La Zesde toon van elke toonladder

Labium De scherpe kant van een mondstuk bij fluiten

Lagoe Indonesische zangstuk in Javaanse of Maleise stijl

Lai Keltische vorm van verhalende poëzie

Lamento Klaagzang

Lamentoso Klagend

Ländler Snelle dans uit Zuid-Duitsland, uitgevoerd in driedelige maat

Languido Karakteraanduiding: smachtend, kwijnend

Larghetto Tempo-aanduiding: enigszins breed, maar wat sneller dan largo

Largo Tempo-aanduiding: breed, zeer langzaam

Larynx Strottenhoofd

Legato Gebonden spelen. De tonen moeten met elkaar verbonden zijn. Het tegengestelde van staccato

Leidmotief Motief dat dwars door een dramatisch of symfonisch muziekwerk loopt

Lento Tempo-aanduiding: zeer langzaam

Libretto De tekst van een muzikaal verhaal, bijvoorbeeld in een opera

Lied Op muziek gezette poëzie, al dan niet met instrumentale begeleiding

Litanie Reeks van smeekbeden of verheerlijkingen

Top

M

Maataccent Het benadrukken van de eerste tel van een maat waardoor de maatsoort herkenbaar wordt.
Maatsoort 2 getallen vooraan in een muziekstuk die aangeven hoeveel tellen er in de maat zitten en welke noot 1 tel is

Maatstreep Een streep op de notenbalk die een scheiding aangeeft tussen 2 maten

Maatwisseling Wanneer midden in een muziekstuk van maatsoort wordt gewisseld bijv. van 4/4 maat naar 3/4 maat

Maat Verdeling van de tijd in gelijke stukken. Het aantal tellen in een maat is afhankelijk van de maatsoort

Madrigaal Meerstemmig lied met een niet-religieuze tekst. Letterlijk vertaald 'herderszang'

Madrilena Spaanse nationale dans

Maestoso Karakteraanduiding: verheven, plechtig

Maggiore Italiaans voor majeur, grote terts

Magnificat Lofzang op Maria, veel gebruikt tijdens de vespers in de katholieke kerk

Majeur Toongeslacht met grote terts

Ma non troppo Toevoeging bij tempo- of karakteraanduiding: letterlijk 'maar niet te zeer'

Manuaal Het klavier van een orgel dat met de handen wordt bespeeld, in tegenstelling tot het pedaal dat met de voeten wordt bediend

Marcia funebre Treurmars, onder meer gespeeld tijdens begrafenissen

Mars Compositie in marstempo, oorspronkelijk bedoeld om op te marcheren. Ook wel aangeduid als marcia (Italiaans), march (Engels), marche (Frans) of Marsch (Duits)

Mazurka Poolse dans in driedelige maat.
Melodie Een opeenvolging van tonen die met elkaar te maken hebben en samen één geheel vormen

Melodie-instrumenten Instrumenten waarop alleen een melodie kan worden gespeeld, dus telkens één toon tegelijk. Daarnaast zijn er akkoordinstrumenten

Melodrama Begeleidende muziek bij een gesproken tekst

Meno Toevoeging bij karakter- of dynamiekaanduidingen: minder

Menuet Oud-Franse dans in een driedelige maat, langzaam van tempo

Mesto Karakteraanduiding: somber, droevig

Metronoom Kastje met een slinger die het tempo exact aangeeft

Metrum Maat.
Mezzoforte Half hard, iets harder dan mezzopiano, in de muziek vaak aangeduidt met: mf

Mezzopiano Half zacht, iets zachter dan mezzoforte, in de muziek vaak aangeduidt met: mp

Mezzosopraan De op een na hoogste vrouwenstem

Mi De derde toon van elke toonladder

Mineur Toongeslacht met kleine terts. In het Italiaans aangeduid als minore

Minnelied Lied waarin een geliefde wordt bezongen

Mis, missa De gezamenlijke gezangen voor een katholieke kerkdienst

Moderato Karakteraanduiding: matig (moderately)

Mol Een voorteken die aangeeft dat een noot met een halve toon wordt verlaagt

Moduleren De overgang van de ene toonsoort in een andere binnen het kader van hetzelfde muziekstuk.

Mobile Karakteraanduiding: beweeglijk

Modulatie De manier om in een compositie van toonsoort te veranderen

Modus Toongeslacht. De modus bepaalt de onderlinge verhouding van de tonen binnen een toonsoort

Mol Een teken dat aangeeft dat de toon met een halve toon verlaagd moet worden

Molto Toevoeging bij karakter- of dynamiekaanduidingen: veel

Monodie Door harmonie begeleide eenstemmigheid

Monofonie Eénstemmige stijl

Mosso Karakteraanduiding: beweeglijk

Motet Kort, meerstemmig zangstuk met een religieuze tekst

Motief Het kleinste muzikale stukje (bouwsteen) van een melodie. Een motief kan al bestaan uit twee tonen

Moulure Sierlijst of -band die op instrumenten wordt aangebracht

Muzikale zin Een afgerond melodisch geheel

Muzieknotatie Muziekschrift

Muzieksleutel Symbool aan het begin van de toonladder dat de toonhoogte aangeeft

Muziekstuk Compositie

Top

N

Narrante Muziekstijl: vertellend

Neo-classisme Hedendaagse muziekstijl waarbij componisten teruggrijpen naar de stijl van hun voorgangers

Neumatische gezangen Gezangen waarbij de meeste lettergrepen van de tekst een groep van twee of drie tonen boven zich hebben

Nocturne Nachtmuziek, vaak zwaarmoedig van stemming

None De negende trap in een diatonische toonladder

Noot Teken waarmee de hoogte en de duur van de toon wordt aangegeven

Notatie Notenschrift.
Notenbalk Een systeem van vijf lijnen waarop de noten van een muziekstuk worden geplaatst

Notenwaarde Geeft de lengte van een noot aan

Novelette Romantische compositie met een vrij karakter, doorgaans voor piano

Top

O

Oberek Nationale dans uit Polen

Obligaat Verplichte stem die niet weggelaten mag worden.
Octaaf De afstand tussen acht tonen. In de toonladder van C is dat dus de volgende C (c, d, e, f, g, a, b, c'). Een octaaf is een interval, bijvoorbeeld c-c'

Octet Muziekwerk voor acht zangers of instrumentalisten

Officie De getijden van de katholieke kerk, zoals de metten, de lauden en de vespers

Ole Spaanse dans in een driedelige maat met castagnetten

Ondertoon Toon die onder de hoofdtoon meeklinkt, met het oor niet direct waarneembaar

Opera Muzikaal toneelspel, doorgaans met een dramatische ondertoon

Opéra comique Muzikaal verhaal met een komische inslag

Operette Luchtig muzikaal verhaal, ontstaan als reactie op de vaak loodzware opera's

Ordinarium De steeds terugkerende gezangen in een katholieke eredienst, zoals het Kyrie, het Gloria en het Agnus Dei

Ostinato Hardnekkig. Het voortdurend herhalen (hardnekkig terugkomen) van een ritmisch of een melodisch motief

Opmaat Een onvolledige maat aan het begin van een muziekstuk die uit één of meerdere tonen kan bestaan

Oratorium Groot werk voor koor, solisten en orkest. De tekst van de liederen is doorgaans aan de bijbel ontleend

Orkest Groep muzikanten, onder te verdelen in symfonieorkest, strijkorkest, harmonie en fanfare

Orkestratie De zetting van een compositie voor orkest

Ornamentiek Melodische versiering

Orpheus Griekse halfgod, zoon van Apollo en Kalliope, symbool voor de muziek

Ostinato Een steeds terugkerend thema, meestal in de baspartij

Ouverture Inleidende muziek. Vaak zijn in de ouverture fragmenten verwerkt uit stukken die later tijdens de uitvoering volledig worden gespeeld

Overgangsdynamiek Het geleidelijk overgaan van hard naar zacht of van zacht naar hard tijdens het spelen of zingen

Opmaat Een onvolledige maat aan het begin van een compositie of muzikale zin. De klemtoon ligt dan in de maat erna. Vaak maar 1/2 á 1 1/2 tel

Top

P

Pantoen Maleis lied, vertolkt in de geest van de krotjong

Parafrase Instrumentale fantasie over een bepaald thema, heel populair in de romantiek

ParlandoManier van zingen: spreekstijl

Parodie Humoristische nabootsing van de stijl van een componist

PartitaItaliaanse aanduiding voor de suite

Partituur Notenblad waarop alle stemmen (partijen) van een muziekstuk zijn genoteerd. Een dirigent heeft altijd de partituur voor zich zodat hij een overzicht heeft van het hele muziekstuk

Partij Muziek voor een speciale stem of instrument.Een muziekstuk bestaat uit één of meerdere partijen. Bijvoorbeeld een melodiepartij, een tweede stem of een baspartij. In een orkest heeft iedere muzikant een eigen partij. In de partituur staan alle partijen onder elkaar genoteerd

Passacaglie Dans in driekwartsmaat, veel toegepast in de Barok

Passepied Snelle, Franse dans in driedelige maat

Passiemuziek Muziek, gebaseerd op het lijdensverhaal van Christus. Vaak uitgevoerd in de vorm van een cantate of een oratorium

Pasticcio Opera die de componist heeft samengesteld uit fragmenten van anderen

Pastorale Muziek met een landelijk karakter

Pavane Statige dans uit Italië en Spanje, uitgevoerd in tweedelige maatsoort en meestal gevolgd door een snelle nadans

Pedaal Klavier van een orgel dat met de voeten wordt bespeeld

Pentatoniek Toonsysteem waarbij het octaaf is verdeeld in vijf toontrappen

Pesante Karakteraanduiding: zwaar, krachtig

Piacevole Karakteraanduiding: lieflijk, bevallig

Piano Dynamiekaanduiding: zacht. Aangeduid met een p

Pianissimo Dynamiekaanduiding: Zeer zacht, in de muziek vaak aangeduidt met pp

Pibrochs Oud-Schotse doedelzakmelodieën

Pirouette Mondstuk van oude blaasinstrumenten als de schalmei en de pommer

Pizzicato Een speelaanwijzing voor strijkinstrumenten. Men tokkelt (plukt) de snaren met de hand

Più Toevoeging bij karakter- of dynamiekaanduidingen: meer

Pluritonaal Muziek die op verschillende toonsoorten is gebaseerd

Poco Toevoeging bij karakter- of dynamiekaanduidingen: een weinig. De aanduiding 'poco meno forte' staat bijvoorbeeld voor 'iets minder sterk'

Polka Snelle volksdans uit Bohemen in tweedelige maat

Polo Spaanse zigeunerdans in driedelige maat

Polonaise Poolse dans in driedelige maat

Polyfonie Een manier van meerstemmig componeren waarbij de verschillende stemmen (melodieën) zo zelfstandig mogelijk optreden. Er is sprake van een polyfone compositie als verschillende melodieën tegelijk klinken en zich min of meer onafhankelijk van elkaar bewegen. Polyfone stijlen zijn bijvoorbeeld de canon en de fuga

Polimetriek Het voorkomen van verschillende maatsoorten in een muziekwerk

Polyritmiek Verschillende ritmes binnen een muziekwerk.
Polytonaliteit Het gelijktijdig voorkomen van verschillende toonsoorten in een compositie

Prelude Voorspel, ook wel aangeduid als preludium

Prestissimo Zo snel mogelijk

Presto Tempo-aanduiding: zeer snel

Principaal De belangrijkste pijp van een orgel, ook wel prestant genoemd

Psalm Gewijde zang, meestal op bijbelse teksten. De naam psalm gaat terug op de honderdvijftig liederen van de Israëlieten zoals die zijn opgetekend in het Oude Testament

Psalmodie Het op verhoogde toon reciteren of zingen van onberijmde psalmen

Punteado Het tokkelen met de vingertoppen van de rechter hand op de snaren van een instrument

Top

Q

Quadrille Opgewekte dans in tweedelige maat. Quatre mains Pianostuk voor twee pianisten op hetzelfde klavier. Quodlibet Geïmproviseerde polyfonie met fragmenten uit volksliedjes.
Top

R

Rapsodie Compositievorm waarin verschillende losse thema's voorkomen. Meestal een instrumentale fantasie waarin volksmelodieën zijn verwerkt

Rallentando Geleidelijk aan vertragen Rall.

Re Tweede toon van elke toonladder

Recitatief Gesproken tekst in een lied, ook wel spraakzang genoemd

Recital Voordracht door een zanger of instrumentalist met begeleiding

Reel Snelle dans uit Schotland en Ierland in een tweedelige maat

Refrein Een deel van een lied dat telkens met dezelfde woorden en dezelfde melodie terugkeert. Dit in tegenstelling tot het couplet, dat steeds aan andere tekst heeft

Religioso Karakteraanduiding: plechtig, verheven

Renaissance Stijlperiode in de kunst en de muziek, van 1300 tot 1600. Renaissance is Frans voor wedergeboorte en staat in dit geval voor de terugkeer van de klassieke stijl

Repercussie Het meermaals herhalen van een toon

Reprise Herhaling

Requiem Afscheidslied bij een uitvaart

Resonantie Weerkaatsing van het geluid waardoor dat geluid versterkt wordt

Responsoriaal Muzikaal 'gesprek' tussen solist en koor of orkest

Ricercar Muziekvorm waaruit later de fuga is voortgekomen

Riff Een korte kernachtige melodie (wordt vaak herhaald). Deze term wordt veel gebruikt in de pop- en jazzmuziek

Rigaudon Vlugge dans in driedelige maat uit Zuid-Frankrijk

Risvegliato Karakteraanduiding: opgewekt, levendig

Ritme Volgens de tijdmaat verlopende duur van de tonen van een muziekstuk. Door een opeenvolging van lange en korte, beklemtoonde en onbeklemtoonde noten ontstaat het ritme in een muziekstuk

Ritenuto Terughoudend, langzamer worden. Rit.

Ritornel Tussenspel dat in dezelfde vorm telkens terugkomt in een rondo

Rococo Muziekstijl uit de 18de eeuw, voortgekomen uit de Romantiek. De Rococo wordt gekenmerkt door een verfijnde, intieme sfeer

Romance Romantische compositie met een lyrisch karakter

Romanesca Gaillarde-melodie uit de 16de eeuw

Romantiek Muziekstijl uit de 19de eeuw waarin het gevoel domineert boven het verstand. De Romantiek wordt gekenmerkt door een zucht naar vrijheid

Rondo Muziekvorm waarbij een bepaald thema (het refrein of het rondothema) telkens terugkeert

Rusticano Karakteraanduiding: landelijk

Rustico Karakteraanduiding: boers

Top

S

Saltarello Snelle Italiaanse dans in driedelige maat

Samenklank Twee of meer tonen die tegelijk klinken

Sanctus Liturgisch gezang uit de katholieke kerk

Sarabande Oude, statige dans in driedelige maat uit Spanje

Sardana Dans uit Catalonië

Saxofoon Door de Belg Adolph Sax in 1844 uitgevonden blaasinstrument, meestal van messing

Schellenboom 'Instrument' met rinkelende belletjes, oorspronkelijk afkomstig uit China, via de Turkse legers in Europa terechtgekomen

Scherzo Karakteraanduiding: schertsend

Schnadahüpfl Dans uit de Alpenlanden, verwant aan de Zuid-Duitse ländler

Schuhplattler Beierse dans waarbij uitbundig op de dijen wordt geslagen

Scordato Ontstemd

Secondo Tweede toon van een diatonische toonladder

Secundo De afstand tussen twee naast elkaar gelegen, diatonische tonen, bijvoorbeeld c-d en e-f

Seguidilla Snelle Spaanse dans in driedelige maat

Sempre Altijd

Sensible Karakteraanduiding: met gevoel

Sentimento Karakteraanduiding: met gevoel

Septet Muziekwerk voor zeven stemmen

Septiem Interval tussen zeven diatonische tonen

Sequens Herhaling van een melodie op een andere toonhoogte. Wanneer de herhaling iets hoger is wordt gesproken van een stijgende sequens, wanneer de herhaling iets lager is van een dalende sequens

Serenade Avondmuziek

Serenata Vocale compositie uit de 18de eeuw, verwant aan de opera

Sextet Muziekwerk voor zes stemmen.
Showband Een orkest dat ook lopend musiceert en shows uitvoerd tijdens een taptoe vaak met veel koper en slagwerk. Ze lopen tijdens zo'n show allerlei figuren terwijl ze muziek spelen, tegenwoordig vaak met een bepaald thema. Het is over komen waaien vanuit high schools van Amerika.

Si De zevende toon van elke toonladder.
Siciliano Landelijke dans uit Sicilië in een 6/8ste maat.
Simfonia De oorspronkelijke benaming voor een Italiaanse opera-ouverture.
Sinustoon Toon zonder boventonen, kan alleen door een toongenerator worden voortgebracht.
Sjeng Chinees instrument: een windkast met bamboepijpen. Een van de oudste instrumenten die bekend zijn.
Snaarinstrumenten Alle instrumenten met snaren: strijkinstrumenten, tokkelinstrumenten en klavieren. Ook wel chordophonen genoemd, afgeleid van de Griekse woorden chorda (snaar) en phonè (geluid)

Sol De vijfde toon van elke toonladder, ook wel aangeduid met de letter g.
Solfège Het leren lezen van het notenschrift.
Solfègiëren Een muziekstuk 'zingen' door de namen van de noten te noemen. De term wordt ook wel gebruikt voor het zingen van de toonladders

Solmisatie Systeem waarbij de melodie op de lettergrepen do-re-mi-fa-sol-la-si worden gezongen, ontworpen door Guido van Arezzo

Solo Muziekwerk voor één stem of instrument

Sonate Muziekstuk dat is opgebouwd uit twee, drie of vier (cyclische) delen

Sonate da camera Instrumentale dans, verwant aan de suite

Sonatine Kleine, vaak luchtige sonate

Sonoor Helder klinkend

Sopraan Hoogste vrouwen- of jongensstem

Sostenuto Karakteraanduiding: gedragen

Sourdine Apparaat waarmee de klank van muziekinstrumenten wordt gedempt. Meestal vervormt de klank daarbij ook

Spirito, spirituoso Karakteraanduiding: vurig, geestdriftig

Spiritual Godsdienstig lied uit Amerika

Stabat matar Lijdenshymne uit de katholieke kerk

Staccato Gestoten spelen. De tonen moeten kort en duidelijk van elkaar gescheiden gespeeld worden. Het wordt aangeduid met punten boven of onder de noten. Het is tegengesteld aan legato

Stem Stem heeft twee betekenissen: - zangstem, bijvoorbeeld een bas (lage mannenstem) - partij, bijvoorbeeld de tweede stem of de melodie- of baspartij

Stemming De vaste tonen waarnaar muziekinstrumenten zijn gestemd

Stemregister Omvang van een stemregister, gekenmerkt door het gebruik van de stembanden

Stemsoort De zes zangstemmen: sopraan, mezzosopraan, alt, tenor, bariton en bas

Stemtoon Standaardfrequentie: 440 Hz

Stemvork Hulpmiddel bij het stemmen van instrumenten

Stentato Karakteraanduiding: talmend, terughoudend

Stretto Het kort na elkaar inzetten van polyfone stemmen

Suave Karakteraanduiding: zacht, lieflijk

Subdominant De vierde toon of trap van een toonladder. In de toonladder van C is F de subdominant. Subdominant wordt ook wel onderdominant genoemd. Een majeurakkoord dat is gebouwd op de vierde trap wordt ook wel de subdominant genoemd

Subject Het thema van een fuga

Suite Compositie die is opgebouwd uit thematische of tonaal samenhangende onderdelen

Syllabische gezangen Gezangen waarbij elke lettergreep als regel slechts één toon heeft

Symfonie Compositie voor orkest, vaak bestaand uit vier delen die in cyclistisch verband tot elkaar staan

Symfonieorkest Muziekgezelschap dat is opgebouwd uit een strijkorkest, hout- en koperblazers en slagwerkers

Symfonietta Beknopte symfonie met een lichte inhoud

Symfonisch gedicht Eéndelig muziekstuk voor orkest

Symfonische jazz Samensmelting van jazz en klassieke muziek, met als bekendste voorbeeld 'Rhapsody in Blue' van George Gershwin

Syncope Het verschuiven van maat- en ritmeaccenten van een sterk naar een zwak maatdeel. Het accent op de eerste tel (sterk maatdeel) verschuift bijvoorbeeld naar een accent op de tweede tel (zwak maatdeel), of het accent op de eerste helft van een tel verschuift naar een accent op de tweede helft van de tel

Top

T

Tabulatuur Een muziekschrift dat bestaat uit cijfers, letters en andere tekens en dus sterk afwijkt van het normale notenschrift. Voor diverse snaarinstrumenten (gitaar, basgitaar) wordt naast het traditionele notenschrift ook gebruikgemaakt van tabulaturen

Talian Dans uit Bohemen, afwisselend in twee- en driedelige maat

Tango Vurige dans uit Argentinië in vierdelige maat

Tantum ergo Liturgisch gezang uit de katholieke eredienst

Te Deum Dankhymne uit de katholieke eredienst

Tegenmelodie Een melodie die gelijktijdig met de hoofdmelodie klinkt

Tempestoso Karakteraanduiding: onstuimig

Tempo De snelheid waarmee een muziekstuk wordt gespeeld. Enkele tempoaanduidingen zijn largo (zeer langzaam), allegro (snel) en presto (zeer snel)

Tenor De hoogste mannenstem

Ternaire maat Driedelige maat

Terrassendynamiek Het na elkaar optreden van verschillende geluidsterktes (dynamiek), bijvoorbeeld eerst hard en daarna zacht

Terts Derde. In de toonladder van C is de derde toon ten opzichte van de C een E. Een terts is een interval, bijvoorbeeld C-E, G-B of D-F. Een akkoord opgebouwd uit tertsen is bijvoorbeeld C-E-G (C is de grondtoon, E is de derde toon ten opzichte van C en G is de derde toon ten opzichte van E)

Terzet Samenspel voor drie zangers of instrumenten

Tessituur Het bereik van een stem of een instrument, het geheel van tonen die binnen het bereik liggen

Thema Een melodisch idee dat door de componist als uitgangspunt voor een compositie wordt gebruikt. Voor de luisteraar is een thema meestal een herkenningspunt

Timbre De eigen klankkleur van een instrument. De term wordt ook gebruikt voor menselijke stemmen

Tirana Oude dans uit Spanje in driedelige maat

Toccata Muziekstuk voor toetsinstrumenten, snel en beweeglijk van karakter

Tonaliteit Het samenstel van krachten en verhoudingen van tonen binnen één toonsoort

Tonica De eerste toon (grondtoon) van een toonladder

Tonus Algemene aanduiding voor tonen en toontrappen, in het bijzonder gebruikt voor de grote secundo in de middeleeuwse muziek

Toon Geluid dat ontstaat door het in trilling brengen van een instrument, bijvoorbeeld een snaar (gitaar, harp), de lucht in een instrument (blaasinstrumenten), een vel (slaginstrumenten) of een luidspreker (elektronische instrumenten)

Toonaard Het karakter van een muziekstuk, bepaald door de toonhoogte

Toonhoogte De hoogte van een toon. Deze wordt bepaald door de plek van een noot op een notenbalk

Toonkleur De eigen klankkleur van een instrument

Toonomvang Het gebied tussen de laagst en hoogst zingbare of speelbare toon

Toonsoort Geeft aan in welke toonladder het muziekstuk staat. De toonsoort (of toonaard) heeft alles te maken met de tonica (eerste toon) van de toonladder. Een muziekstuk in C heeft als tonica eveneens de C. Het stuk zal grotendeels bestaan uit tonen uit de toonladder van C: C-D-E-F-G-A-B-C

Toonladder Een ordening van tonen van laag naar hoog of van hoog naar laag vb. c-d-e-f-g-a-b-c

Toonsoort Het bepalen van het aantal kruizen en mollen in een muziekstuk vb. geen kruizen of mollen is de toonsoort C

Toonsysteem Het geheel van toonsoorten die binnen een cultuur worden gebruikt

Toontrappen De verschillende tonen van een toonladder. In de toonladder van C is C de eerste trap, D de tweede trap enzovoorts. De trappen worden meestal aangegeven met Romeinse cijfers (I-IV-V is in de toonladder van C: C-F-G)

Tragédie lyrique Franse operastijl, gebaseerd op klassieke onderwerpen

Tranquillamente Karakteraanduiding: rustig, kalm, bedaard

Transcriptie Bewerking van een muziekstuk voor een ander dan het oorspronkelijke instrument

Transponeren Een muziekstuk in een andere toonsoort spelen dan genoteerd staat

Trap Zie toontrappen: de verschillende tonen van een toonladder

Treble De hoogste stem in een koor of het hoogste instrument in een orkest

Tremolo Trilling, beving in de toon

Trio Een muziekstuk voor drie instrumenten

Triool Ritmisch figuur van drie gelijke noten op de plaats waar normaal twee noten komen

Tripelconcert Concerto grosso met een concertino van drie stemmen

Troubadour Rondtrekkende muzikant in de middeleeuwen

Tumultuoso Karakteraanduiding: stormachtig

Tutti Italiaans voor allemaal: met het hele orkest

Tyrolienne Franse rondedans in driekwartsmaat

Tweeklank Een samenklank van twee gelijktijdig klinkende tonen

Top

U

Un poco Italiaans, 'een beetje'

Unisono Eenstemmig. Alle of een aantal stemmen spelen of zingen tegelijkertijd dezelfde melodie. Deze kan ook een octaaf (acht tonen) hoger gespeeld worden. Dit wordt vaak gebruikt om een bepaalde melodie goed te laten uitkomen

Ut Franse benaming voor de do, de eerste toon van de toonladder

Top

V

Valse Franse benaming voor de wals

Variatie Een speciale manier om een melodie te herhalen. Een variatie is een kleine verandering van de oorspronkelijke melodie. Ondanks deze verandering blijft de originele melodie herkenbaar.
Vaudeville Toneeluitvoering met ingevoegde liederen, vaak als persiflage op serieuze operamelodieën

Velocita Tempo-aanduiding: met snelheid

Verisme Kunststijl, ontstaan in Italië, waarbij de componist het dagelijkse leven zo realistisch mogelijk uitbeeldt in zijn opera's

Versiering Melodische of ritmische formules die de melodielijn verfraaien

Vibratie Het kleuren van de toon door hem te laten trillen

Vierklank Een akkoord dat bestaat uit vier tonen die een opeenstapeling van tertsen zijn

Villanella Drieregelig volkslied met coupletten

Virelai Korte, Franse dichtvorm met twee rijmklanken

Vivace Karakteraanduiding: zeer levendig, opgewekt

Vivente Karakteraanduiding: levendig, opgewekt

Vijfde trap Het (dominant) akkoord dat gebouwd is op de vijfde toon van de toonladder

Vocaal Vocaal komt van voce, Italiaans voor stem. Vocale muziek is muziek uitgevoerd door stemmen

Voce Italiaans voor stem

Volkslied Traditioneel lied waarvan de componist vaak niet meer bekend is, maar dat in het hoofd van de mensen voortleeft

Voortekens De kruizen of mollen die de toonsoort aangeven. Voortekens staan aan het begin van een muziekstuk

Vorm De indeling van een lied of een muziekstuk. Wordt ook wel muzikale vorm genoemd

Top

W

Wals Snelle dans in driekwartsmaat. In het Engels aangeduid als waltz, in de Duits als Walzer

Windharp Harp met niet gespannen snaren die door de wind in beweging worden gebracht

Top

X

Xylofoon Slaginstrument met gestemde houten plaatjes

Top

Y

Top

Z

zeloso ijverig, vurig.
zestienvoets register register waarbij de corresponderende toets een octaaf lager klinkt dan normaal

zigeuner-toonladder kleine tertstoonladder met een overmatige secunde van de 3de naar de 4de en van de 6de naar de 7de trap (b.v. d-e-f-gis-a-bes-cis-d)

zimbalon cimbale, oud klaviersoort

zoppo (Italiaans) op struikelende wijze

zoronga Spaanse volksdans in 6/8 maat

zortziko oude Baskische volksdans in vijfdelige maat, met maatversterking door slaginstrument

Top